Stralingservaring met een Zeeaquarium
Reactie J.M. van der Most;
Als eerste mijn complimenten voor u overzichtelijke en informatieve site. Maar ik mis nog één ding die klachten kunnen veroorzaken en dat zijn aquaria. Ongeveer 2,5 jaar geleden begonnen wij met een kleinzoet water aquarium.
Prachtig dus, maar mijn man vond het aquarium gauw te klein en er kwam een 400 liter aquarium, met een pomp en verschillende TL-lampen in onze huiskamer.
Een paar weken later kreeg ik ernstige gewrichtsklachten maar na 3 weken verdwenen die. Het was september dus ik dacht dat de weersveranderingen de oorzaak waren. Dat jaar werd ik steeds allergischer voor voeding en ook mijn hobby viltpoppen maken van wolvilt en wol moest ik opgeven wegens ernstige allergie. Inmiddels was er nog een aqaurium van 200 liter bijgekomen van zijn werk en deze naast de andere geplaats.
De zomer daarop hadden we weer kippen genomen maar naar een paar maanden ook deze weer weg moeten doen wegens mijn allergie. Ik kon ook steeds minder tegen meer voedingsmiddelen.
Op 1 september gingen de andere aquariums weg en kwam er een zoutwateraquarium van 800 liter in de plaats.
Precies een week later kreeg ik weer erge gewrichtklachten maar deze gingen niet over. De reumatoloog hield voor dat er een voedingsallergie achter zat maar wat? De allergoloog kon niets vinden en ik keek al ontzettend uit wat ik at. Van smaakversterkers enzo werd ik ontzettend ziek dus liet ik zeker staan. Aan de allergietabletten gezet.
Na 2 maanden gaf ik al aan dat het aan het aquarium lag. We hebben toen op mijn aandringen speciale kastjes naast het aquarium gezet en iets in het stopkontakt. Degene waar ik dit bestelde vertelde er wel bij dat het niet mee viel om 800 liter water te ontstoren.
Ons bed stond precies boven het aquarium en sinds die tijd sliep ik ook slechter. De gewrichtspijnen werden steeds slechter vooral mijn handen. De dokter vond dat ik rustiger aan moest doen. In februari, al 6 maanden last, kreeg ik het rustiger en zat dus meer in de huiskamer en voelde mee steeds onrustiger worden, hartkloppingen en de pijn werd eigenlijk nog erger. Als ik een avondje ergens anders was geweest voelde ik me beter en mijn vingers waren dunner.
Deze maand het bed verzet naar de andere kant van de kamer want je duidelijk voelde en sliep gelijk beter. Een week later begin maart weer gaan zoeken op internet en kwam op uw site en andere sites en het kwartje viel. Ik had haast alle klachten die er op stonden. Ik heb tegen mijn man niets gezegd alleen het laten lezen. Ik liep namelijk al maanden te zeuren over het aquarium.
De volgende ochtend heeft hij zonder mij weten de aquariumwinkel gebeld om alles terug te brengen. De zaterdag erop het aquarium leeggehaald, wat wel aan mijn hart ging wat het was een plaatje om te zien er je raakt toch ook aan vissen gehecht.
Toen de stroom eraf ging voelde ik het direkt net als mijn man en ook mijn kinderen. Het aquarium had 7 pompen en 12 TL-buizen. Je hoorde de hele dag en nacht ook water stromen. Het was dus een rust in huis toen hij weg was. Het koraal, stenen, vissen en aqarium is weer terug gegaan naar de winkel.
En ik knapte weer op. Het ging wel langzaam maar ik voel mee gelukkig weer stukken beter. We hebben inmiddels een andere TV, de DECT telefoon weggedaan, daar sliepen wij trouwens ook boven en het draadloze internet vervangen door kabels.
Ik moet nog uitkijken voor computer gebruik en kan nog niet te lang TV kijken vooral als de KPN Digitenne aanstaat. Dan wordt ik onrustig en krijg ik hartkloppingen. De gewrichtsklachten zijn haast verdwenen en een paar weken geleden gestopt met de allergietabletten. Ik kan gelukkig weer steeds meer voedingsmiddelen verdragen.
Ik vond dat ik dit toch even moest melden omdat aquariums op geen enkele site vermeld staan en toch flinke klachten kunnen veroorzaken, vooral zoutwater omdat daar meer pompen inzitten en meer TL verlichting, want koraal heeft veel licht nodig.
Ik heb ook nog een vraagje. Wat zijn de voordelen van een geaard stopkontakt inplaats van een gewoon stopkontakt. De pompen en de TL-verlichting zaten in geaarde stekkerdozen maar deze zaten in een NIET geaard stopkontakt. Zouden de klachten minder geweest zijn als de stekkerdozen in een geaard stopkontakt hadden gezeten?
Antwoord @@-woonbiologie:
Dan nog je opmerking over geaarde stekkerdozen; standaard stekkerdozen geven in alle gevallen veel te veel laagfrequente straling af. Bij geaarde stopcontacten is dit wat lager dan bij NIET geaarde stopcontacten. Niet geaarde contactdozen gaan zich n.l. als zender gedragen. De beste oplossing bij gebruik van stekkerdozen zijn de stralingsvrije stekkerdozen zoals vermeld op mijn website, aangesloten op een geaard stopcontact zijn ze gegarandeerd stralingsvrij. In combinatie met stralingsvrije aansluitsnoeren kan een aardig (stralingsarm) b.v. computerwerkplek resultaat worden behaald.
Bedankt voor je reaktie.
Ik ben zeer benieuwd naar je studie naar aquariums. Ik ben een paar maanden geleden nog in een winkel geweest met zoet en zoutwatervissen. In deze winkel kwamen we veel toen we nog zoetwatervissen hadden. Toen we langs de winkel liepen gingen wij dan ook automatisch naar binnen om te kijken. Aan mijn gevoeligheid voor de aquariums werd niet gedacht en het ging bij de zoetwatervissen goed maar toen ik bij de zoutwatervissen ging kijken ging het fout.
Ik voelde mij zo rot dat ik zo snel mogelijk de winkel uit ging. Pas ook nog bij een tuincentrum bij een zoetwaterbak gekeken en voelde dit ook duidelijk maar minder dan bij de zoutwaterbakken.
J.M. van der Most.
Zit er ook een wettelijke kant aan bij de meting van het huidige stralingsnivo. Bij welke waarde kan er opgetreden worden tegen de zendmast beheerder en wie ziet daar op toe.
Er zit ook een wettelijke kant aan het stralingsniveau. Zo zijn in Nederland de normen vastgesteld op:
- UMTS voor de algemene bevolking 20.000.000 uW/m2
- GSM 1800 MHz voor de algemene bevolking 17.500.000 uW/m2
- GSM 900 MHz 6.500.000- UMTS voor de algemene bevolking 20.000.000 uW/m2
- GSM 1800 MHz voor de algemene bevolking 17.500.000 uW/m2
- GSM 900 MHz 6.500.000 uW/m2 uW/m2
Dit zijn enorme hoge waardes en en deze zullen dan ook niet snel overschreden worden.
Bijen bedreigd door gsm-straling

De discussie over de gevolgen van gsm-straling heeft zich uitgebreid naar het dierenrijk, wetenschappers vrezen
dat bijen ernstig gevaar lopen door gsm-straling. Volgens wetenschappers uit de Verenigde Staten, India en Duitsland
stoort gsm-straling het natuurlijke navigatiesysteem van bijen. Hierdoor kunnen de bijen de weg terug naar hun bijenkorf
niet vinden, waardoor een gehele bijenkolonie kan uitsterven.
De wetenschappers spreken van Colony Collapse Disorder (CCD), vrij vertaald betekent dit het uiteenvallen van een
gehele bijenkolonie.
Er zijn zelfs wetenschappers die verwachten dat CCD kan zorgen voor wereldwijde voedselschaarste. Veel planten
en gewassen zijn afhankelijk van bijen en andere insecten voor voortplanting. De bijen trekken namelijk van plant
naar plant en dragen zo hun steentje bij aan de bestuiving. Dit zorgt weer voor plantengroei.
Het is niet bekend of Nederlandse imkers reeds last ondervinden van CCD.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Stralingsonderzoek bekritiseerd
door Marcel Modde
ZIERIKZEE - De Werkgroep Straling en Gezondheid Schouwen-Duiveland zet grote vraagtekens bij de uitkomst van het Deens onderzoek naar het verband tussen kanker en mobiele telefonie. De organisatie sluit zich daarmee aan bij kritische kanttekeningen van diverse deskundigen in binnen- en buitenland.
Critici hechten nauwelijks waarde aan de berichten uit Denemarken. Volgens hen is het onderzoek verre van wetenschappelijk (’er is geen bloeddruppel afgenomen en geen staaltje onder de microscoop gelegd’) en puur uitgevoerd op basis van statistische gegevens van telefoniebedrijven. De objectiviteit wordt bovendien betwijfeld, omdat de overheid opdrachtgever was. Overheden en pensioenfondsen zouden, aldus de critici in diverse publicaties en forums op internet, grote financiële belangen hebben in mobiele telefonie. „Wanneer die wereld in elkaar stort, dan stort alles in elkaar.“
Gekleurd
Los van het ontbreken van biologisch onderzoek valt er ook inhoudelijk op de Deense naspeuringen te schieten, zegt
D. Parlevliet van de Schouwse belangengroep. De zakelijke bellers zijn namelijk uitgesloten, mensen die na 1995 een abonnement hebben genomen zijn buiten beschouwing gelaten, in tegenstelling tot bellers die slechts één keer per
week hun mobiele telefoon gebruiken. De uitkomst van de statische gebruikersvergelijking is dus bij voorbaat gekleurd,
aldus Parlevliet. „Met dit onderzoek wordt geen wetenschap bedreven, maar politiek.“
Het Deens Kankerinstituut concludeert na 26 jaar onderzoek onder ruim vierhonderdduizend mensen dat straling van
mobiele telefoons ongevaarlijk is. De proefpersonen gebruikten meer dan 8,5 jaar een gsm. In 2002 bleken 14.249 deelnemers
kanker te hebben of te hebben gehad. Dat is lager dan de geschatte 15.001 patiënten die ook zonder
een gsm kanker
zouden hebben gekregen.
Parlevliet stoort zich aan het ’vanzelfsprekende gemak’ waarmee de Nederlandse Gezondheidsraad en staatssecretaris
Van Geel (CDA, milieu) de Deense gegevens omarmen. „Ik vind dat respectloos. De Nederlandse overheid schoffeert zo al
die mensen die ziek zijn geworden sinds er een zendmast in hun buurt werd neergezet. De staatssecretaris zou zich eerder druk moeten maken om de volksgezondheid in plaats van de ecomomie rond de mobiele telefonie.“
De Zierikzeese wijst op het bestaan van andere buitenlandse onderzoeken (onder meer in Duitsland en India) die het tegendeel bewijzen van de Deense variant. „Daar hoor ik de staatssecretaris niet over. Zodra er resultaten komen
die in de lijn van verwachting van de overheid liggen, roep ze uit die hoek om het hardst: ’zie je wel, niks aan de hand.’
Laat ze nu eens uitzoeken waarom alle onderzoeken elkaar zo tegenspreken.“
In een artikel op de internetsite van BBC News ondersteunt professor T. McKinney van het centrum voor epidemiologie en biostatistieken van de Universiteit van Leeds het Deense onderzoek. Het grote aantal deelnemers betekent volgens haar
dat ’we enig vertrouwen mogen hebben in de resultaten die geen verband hebben aangetoond tussen het gsm-gebruik
en het risico op kanker, inclusief hersentumoren’.
In dat zelfde stuk ontraden experts echter uit voorzorg veelvuldig gsm-gebruik door kinderen, omdat hun zenuwstelsel
nog in ontwikkeling is. Ook adviseert de Britse overheid mobiele telefoongesprekken zo kort mogelijk te houden.
Parlevliet: „Als het zo veilig is, waarom dan die adviezen?“
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Deelpublicatie: Zwitsers onderzoek naar gevolgen UMTS
23. February 2006,
Het onderzoek in Zwitserland naar de gevolgen van de straling van UMTS (mobiele telefonie) is afgerond.
De resultaten worden binnenkort bekendgemaakt. Wat is de verwachting van de proefpersonen?
Eén meldt dat de psychologe hem zag verkrampen aan het begin van een test.
Een ander weet nauwelijks meer hoe hij thuis is gekomen. Hij denkt dat de onderzoekers zullen rapporteren:
"Ja, ze voelen het, maar het schaadt de gezondheid niet."
Drie jaar geleden begon TNO aan een onderzoek naar cognitieve functies en mobiele telefoons (Cofam).
In opdracht van de Nederlandse regering, daartoe aangezet door de Tweede Kamer.
De onderzoekers hadden geen gevolgen verwacht, maar zij vonden voor de straling van GSM én UMTS cognitieve effecten en
voor UMTS gevolgen voor het welzijn van de proefpersonen (bij een stralingsdichtheid van 0,7 Volt per meter).
Dat laatste was nieuw. Daarom heeft een team van de technische universiteit in Zürich (ETH) in Zwitserland dat deel van het
onderzoek herhaald.
Met stralingsdichtheden van 1 en 10 Volt per meter en een verbeterde vragenlijst.
Binnenkort worden de resultaten gepubliceerd in een ‘peer reviewed’ wetenschappelijk tijdschrift. Ze zijn dan openbaar.
Video
Roger Meier heeft deelgenomen aan het onderzoek. "Ik moest vier keer naar Zürich. De eerste keer voor een proeftest.
De tweede, derde en vierde keer voor bestraling met 0, 1 of 10 Volt per meter. Mij werd gezegd dat elke avond slechts één
sterkte werd gebruikt.
In de afgeschermde ruimte stond een houten tafel met een toetsenbord, plat scherm, muis en een kastje met knoppen.
De stoel stond op een rood kruis op de vloer. Mijn hoofd was ongeveer twee meter van de antenne, een kleine antenne van
10 bij 15 centimeter op een statief.
Achter mij was een camera, het gedrag van de proefpersonen werd op video opgenomen.
Ik moest elke avond twee cognitieve tests van vijftien minuten doen op de computer.
Voor en na de test vulde ik een vragenlijst in over mijn welzijn."
Onwel
Meier werd voor zijn gevoel de eerste avond niet bestraald, de tweede avond met 1 Volt per meter en de derde met 10 Volt per meter.
"De derde avond werd voor mij steeds onverdraaglijker. Kort voor de pauze werd ik onwel.
Ik kon bijna niet verder gaan. Maar ik heb de test afgemaakt, omdat ik vermoed dat mijn resultaten anders in de prullenmand zouden verdwijnen.
Gelukkig was ik met de trein, ik weet niet hoe ik thuis gekomen ben. Mijn vrouw vroeg of het wel goed ging, ik zag er ernstig ziek uit.
De volgende dagen had ik sterke migraine, die ik anders nooit heb. De week erna had ik hevige kiespijn.
Ik heb mijn gezondheidsklachten op een vragenlijst ingevuld en naar de universiteit gestuurd, maar niemand heeft zich om mijn
problemen bekommerd."
Verkrampt
Armin Furrer woonde in Visp, Zwitserland, met meerdere antennes in de omgeving. Hij kon niet meer slapen en kreeg hersenbloedingen.
"Anderhalf jaar geleden kwam er een antenne van Vodafone bij. Ik moest overgeven, kreeg hoofdpijn en spanning in mijn spieren.
Ik ben door de psychiater en specialisten onderzocht en ben gezond.
Toen merkte ik dat het mij veel beter ging in een omgeving zonder antennes."
Furrer is verhuisd naar een dorp zonder antenne en kan zijn werk, meubelmaker, weer gewoon uitvoeren.
Hij nam deel aan het onderzoek van de ETH.
"Ik heb tweemaal gevoeld dat 10 Volt per meter werd gebruikt. Mijn waarneming klopte met de videobeelden.
De psychologe zei: ‘ik zie dat u anders beweegt, met verkrampte spieren, u zit niet meer rustig’.
Een half uur later kreeg ik een bloederige tong."
Miljarden
Furrer verwacht dat de onderzoekers zullen schrijven dat er niets aan de hand is. "Het gaat immers om miljarden.
De onderzoekers mogen geen paniek veroorzaken, ze zullen proberen eromheen te schrijven.
Ik verwacht dat ze zullen rapporteren: ‘Ja, ze voelen het, maar het schaadt de gezondheid niet.’
Ik vind het onderzoek niet professioneel. Ik heb alleen maar een psychologe gezien.
Er zouden artsen bij betrokken moeten zijn. Het hartritme zou ook gemeten moeten worden en het bloed onderzocht op
de vorming van geldrollen (van rode bloedlichaampjes) en op redox-reacties."
Het maakt volgens Furrer niet veel uit wat de onderzoekers zullen schrijven.
"Hier in Zwitserland is niemand meer geïnteresseerd in het onderzoek. Ze geloven het toch niet."
Politiek
In Nederland ligt dat anders. Hoewel de onderzoekers al in mei 2005 hebben laten weten dat de resultaten nooit gebruikt kunnen worden als basis voor beleid, omdat zij niets zeggen over de gevolgen van permanente bestraling door antennes, hebben zo’n 50 Nederlandse gemeenten de vergunningen voor nieuwe UMTS-zendmasten opgeschort totdat de resultaten van het Zwitserse
onderzoek bekend zijn.
Het ministerie van VROM wil direct nadat de resultaten bekend zijn geworden een persconferentie houden, waarvoor de
onderzoekers naar Nederland worden gevlogen.
Zestig procent van de kosten van het onderzoek zijn betaald door de Zwitserse en de Nederlandse overheid.
De rest is gefinancierd door Swisscom Mobile, Orange en Sunrise, drie Zwitserse providers van mobiele telefonie.
Informatie over het onderzoek is hier te vinden:
www.mobile-research.ethz.ch/english/index_e.htm
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor meer achtergrondinformatie over het Zwitsers onderzoek, klik hier
UMTS: Zwitsers onderzoek ontoereikend
De belangrijke vraag naar de lange termijn effecten van blootstelling aan lage veldsterkten van UMTS, GSM,
WiFi, DECT, C2000, radar, tv, radio en miljoenen draadloze telefoons en andere toepassingen, blijft vooralsnog onbeantwoord. Ook het Zwitsers onderzoek komt hier niet aan tegemoet.
Door M.P. Verheuvel

In 2003 voerde TNO onderzoek uit naar het welbevinden en verstandelijk functioneren van proefpersonen onder invloed van radiofrequente straling in een stralingsvrije ruimte. Volgens een van tevoren vastgestelde dubbelblinde proefopzet werden de personen blootgesteld aan veldsterkten van ongeveer 1 volt per meter (V/m) van de frequenties 900 en 1800 MHz (= GSM) en 2100 MHz (= UMTS).
Dit werd het COFAM onderzoek genoemd, hier verder COFAM I genoemd. Er is in dit onderzoek onder andere een statistisch significante relatie gevonden tussen de aanwezigheid van radiofrequente velden die lijken op die van een UMTS-zendmast en het ervaren welzijn van de proefpersonen, ongeacht of deze zichzelf als gevoelig of niet gevoelig voor straling beoordeelden.
De gevoelige proefpersonen werden geselecteerd uit het bestand van het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) en werden ook door het MNGM benaderd. Het resultaat staafde het vermoeden van een groeiend deel van de bevolking, dat de steeds toenemende mix van radiofrequente straling, in het bijzonder die van UMTS, toch wel slecht zou kunnen zijn voor de gezondheid.
Zwitsers onderzoek
Veel gemeenten (ongeveer 60) weigerden vervolgens de plaatsing van UMTS-masten. Zowel TNO als de Gezondheidsraad raadde aan om een replicatie van het TNO-onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijke onderzoeksgroep. Dit werd het Zwitserse ETH-onderzoek, verder COFAM II genoemd.
Over dit onderzoek, dat had moeten dienen als een replicatie van het COFAM I onderzoek van TNO, is tot dusver alleen een artikel verschenen in het tijdschrift Environmental Health Perspectives, een Amerikaans blad van het Department of Health
and Human Services, juni 2006.
Is COFAM II werkelijk een herhaling van COFAM I geworden?
Ons inziens is dit niet het geval, en wel om de volgende redenen. TNO gebruikte evenveel gevoelige proefpersonen
(MNGM-ers) als niet-gevoelige. (36 om 36) ETH gebruikte 33 self-reported sensitive en 84 niet-gevoelige proefpersonen.
In Zwitserland kwam men aan de gevoelige proefpersonen via adverteren in een lokale krant, via folders en uit databases
van gevoelige mensen die al eerder aan een onderzoek hadden deelgenomen. Door een gebrek aan maatstaven voor elektromagnetische gevoeligheid ging men uit van mensen die zeiden gevoelig te zijn voor radiofrequente
elektromagnetische velden.
In Nederland kwamen de gevoelige mensen uit de databank van het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu.
Dit waren mensen die al geruime tijd gezondheidsklachten dachten te hebben door masten in hun buurt of op hun dak. Zij kwamen
uit alle uithoeken van Nederland. De proefpersonen van COFAM I waren tussen 18 en 75 jaar, van COFAM II
tussen 20 en 60 jaar.
Blootstelling
In het COFAM I onderzoek namen de proefpersonen deel aan vier sessies van 20 minuten op één dag. In het schema op blz.33 is te zien dat er vier sessies zijn, dus 4x 20 min. (waarvan de eerste de oefensessie is). In de overige drie sessies
kon men blootgesteld zijn aan 900 MHz, 1800 MHz (GSM) of 2100 MHz (UMTS) met veldsterkte 1 V/m of aan placebo (0 V/m).

Gedurende de sessies moest men testen uitvoeren. Letterlijk staat in het TNO rapport op blz. 11 te lezen:
'Tijdens de eerste sessie vulden de proefpersonen een vragenlijst in en voerden de verstandelijke functietest slechts uit
als oefening. We beklemtonen dat tijdens die eerste zitting geen van de proefpersonen aan elektromagnetische velden is blootgesteld. De proefpersonen werden geïnformeerd over het ontbreken van GSM- of UMTS-achtige velden. Tijdens de tweede, derde en vierde sessie vond de daadwerkelijke blootstelling plaats onder dubbel geblindeerde willekeurig gekozen omstandigheden'.
Verder vulden de proefpersonen twee vragenlijsten in, dat respectievelijk 20 min. Tot 10 min. in beslag nam. In het COFAM II onderzoek werden de sessies wekelijks uitgevoerd. Letterlijk staat op blz. 10 van het Zwitsers onderzoek: '
Het bestond uit drie experimentele sessies met wekelijkse intervallen (één dag min of minder), die door een oefensessie van een week (één dag meer of minder) werden voorafgegaan en die altijd op hetzelfde tijdstip van de dag werden ingeroosterd (één uur meer of minder)' […] 'Elke blootstellingssessie duurde 45 min., waarin de proefpersonen twee reeksen verstandelijke opdrachten uitvoerden, zowel bij aanvang als na afloop van de 22 min. durende blootstelling. Tussen de sessies door (NB.: hiermee worden twee de testen per sessie bedoeld!), bleven de proefpersonen voor de computer en werd hen toegestaan
om tijdschriften te lezen'.
Ook vulden zij voor en na de blootstelling vragenlijsten in. Eén van de vragenlijsten was dezelfde die TNO gebruikt had.
Vervolgonderzoek
In het COFAM II onderzoek vond alleen blootstelling aan UMTS-achtige straling plaats (2100 MHz) en wel in twee verschillende veldsterkten, namelijk 1 of 10 V/m. In het COFAM I onderzoek was de blootstelling bovendien meer plaatselijk.
In COFAM II werden zwaardere eisen gesteld aan de gezondheid en ziektegeschiedenis van de proefpersonen. Uitsluitingscriteria die anders waren dan die van COFAM I hadden betrekking op het voor komen van slaapstoornissen, roken, consumptie van cafeïnerijke dranken, consumptie van alcohol, het hebben van een chronische ziekte en nog andere parameters die ervoor zorgden dat de onderzochte populatie van COFAM II veel gezonder was dan die van COFAM I.
We mogen dus concluderen dat het COFAM II onderzoek geen replicatie-, maar een vervolgonderzoek is geworden, toegespitst op UMTS. Aangezien men in het COFAM I onderzoek op één dag blootstond aan meerdere soorten straling, vaak na een lange reis, was die blootstelling meer te vergelijken met die in het dagelijks leven dan die van het COFAM II onderzoek.
De conclusie van het COFAM II onderzoek komt er op neer dat het korte-termijn effect van UMTS-achtige straling (1 V/m) op het welzijn, dat aangetroffen werd in het COFAM I onderzoek, niet bevestigd kon worden. De effecten op de hersenfuncties waren marginaal en zouden op toeval kunnen berusten.
Verder was de maximale ruimtelijke absorptie in het hersenweefsel aanzienlijk minder dan gedurende het gebruik van een mobieltje. Er kunnen dus geen conclusies getrokken worden met betrekking tot de korte termijn effecten van mobiel bellen of de lange termijn effecten van UMTS-achtige stralingsblootstelling op de menselijke gezondheid.
Onbeantwoord
Een cruciale en na het COFAM I en COFAM II onderzoek nog steeds onbeantwoorde vraag is of deze zwakke niet-ioniserende radiofrequente straling (op straatniveau meestal niet meer dan circa 3 volt/meter) op de lange termijn schadelijk zou kunnen zijn voor onze gezondheid en waarom dit zo is (de vraag dus naar het 'biologische mechanisme'). Wij hebben het dan over de combinatie van frequenties, zoals we die in het dagelijks leven tegenkomen: UMTS-, GSM-, DECT-, WiFi-, tv-, radio-, C2000-zenders, etc.

In 2004 concludeerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in haar rapport 'Gezondheidskundige Advieswaarden Binnenmilieu' op blz. 29 dat 'voor niet-ioniserende straling, zowel in het laagfrequente gebied als in het radiofrequente gebied, geen waarden voor de blootstelling kunnen worden afgeleid waaronder het risico voor bewoners bij levenslange blootstelling afwezig of verwaarloosbaar is'. Volgens het RIVM zijn, naast de momenteel gebruikte basisrestricties en referentieniveaus die zijn gebaseerd op acute effecten na relatief korte blootstelling, de gevolgen van langdurige blootstelling aan waarden onder deze basisrestricties en referentieniveaus niet duidelijk. Alle onderzoeken ten spijt is deze conclusie nog steeds geldend.
Klachten
Verreweg de meeste meldingen van gezondheidsklachten komen van mensen die langdurig wonen (slapen) en/of werken in/met verschillende radiofrequente-stralingsbronnen. Acute klachten worden ook wel gemeld, maar veel minder. Bovendien kan een acuut optredende klacht ook het gevolg zijn van een langdurige blootstelling.
Inventarisaties van klachten, zoals die door het MNGM, de Mainzer Wachhund en Santini uitgevoerd werden of worden, suggereren dat de bestraling op langere termijn een scala van aspecifieke gezondheidsklachten zou kunnen veroorzaken, zoals slapeloosheid, hoofdpijn, onwel voelen, vermoeidheid, irritaties, tinnitus, concentratieverlies, etc.
Daarbij komt nog dat lang niet iedereen even gevoelig is voor de straling. Dat kan opgemaakt worden uit de ervaringen van vier proefpersonen van het COFAM II onderzoek, die aangaven dat zij wel degelijk gezondheidsklachten overhielden na de exposities. Van de 117 personen zouden er 4 gerapporteerd hebben dat hun gezondheid er behoorlijk zwaar onder geleden heeft, tijdens en vooral na de proefbestraling.
Ook bij het COFAM I onderzoek waren enkele proefpersonen die na afloop zieker werden of de sessies niet uithielden. Dit is ons bekend uit een later gehouden enquête onder de melders bij het MNGM, die meegedaan hadden aan het onderzoek. In het COFAM II artikel werd evenwel gesteld, dat geen enkele van de proefpersonen de kortstondige elektromagnetische velden kon bespeuren.
In strikt technische zin (het voelen van zwakke stralingen) is dat correct. Rechtstreeks en bewust voelen is één ding, de gevolgen ervan gewaarworden, ook na verloop van enige tijd, is heel iets anders. In feite zeggen de studieresultaten dan ook dat een mens geen zintuig heeft waarmee hij of zij hoogfrequente straling van UMTS bewust kan waarnemen.
Bevolkingsonderzoek
Bevolkingsonderzoeken over blootstelling aan radiofrequente straling op langere termijn bij mensen die in de omgeving van een GSM of UMTS zendmast wonen en leven, geven een uitslag die een statistische waarschijnlijkheid uitdrukt dat klachten zullen optreden door een bepaalde milieufactor. Om dit te vinden, moeten storende factoren worden uitgesloten.
Er werden verschillende onderzoeken gedaan in het buitenland, waarbij nogal wat kritiek was op de uitvoering. In het tijdschrift Occupational and Environmental Medicine werd echter recent een epidemiologisch onderzoek gepubliceerd, dat er voor zover nu bekend wel gedegen uitziet.
Dit onderzoek uitgevoerd door het Institute of Environmental Health, maakte duidelijk dat ondanks erg lage radiofrequente blootstellingswaarden effecten op welzijn en prestatie niet uitgesloten kunnen worden, zoals recent verkregen resultaten van experimenteel onderzoek laten zien. Echter de mechanismen bij deze lage blootstellingen zijn niet bekend.
Er werd in dit onderzoek een significante relatie gevonden tussen mate van blootstelling en het voor komen van hoofdpijn.
De waarnemingssnelheid nam toe, terwijl de nauwkeurigheid afnam. Op de kwaliteit van de slaap werd geen effect gevonden.
Dit onderzoek zou door deskundigen eens nader bekeken en beoordeeld moeten worden.
Biologische mechanismen
Om biologische mechanismen te kunnen aantonen zijn weer andere onderzoeken nodig. Er zijn veel onderzoeken gedaan
bij verschillende soorten dieren, organen, weefsels en cellen. (zie de twee literatuuronderzoeken van de Utrechtse Wetenschapswinkel Biologie). Daaruit bleek dat helaas geen enkel onderzoek precies hetzelfde is gedaan, waardoor de resultaten verschillend zijn. Sommige onderzoeken tonen iets aan, andere weer niet. Wanneer wel iets wordt aangetoond bij mensen, bijvoorbeeld de verstoring van het slaappatroon, dan wordt daarbij aangetekend dat men zich wel kan herstellen,
dus dat het eigenlijk niet erg is. Dit gaat natuurlijk alleen op als het herstellend vermogen nog optimaal is.
Aantasting van het regulerend mechanisme van een levend organisme kan op meerdere manieren gebeuren en in de praktijk zal het een gevolg zijn van een cumulatie van factoren waarvan, naast blootstelling aan chemische stoffen, chronische blootstelling aan radiofrequente straling er één is. Vooral mensen met een toch al zwak of verkeerd werkend immuunsysteem, bijvoorbeeld na ziekte, na een operatie, bij ouderdom of aangeboren zwakte, bij gebruik van medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken of met afwijkingen aan hun zenuwstelsel, zullen meer last hebben van deze factoren. Ook chronische ontstekingen, al dan niet door pathogene organismen, moeten niet vergeten worden in deze context! Een individueel persoon wordt in onze maatschappij meestal getroffen door combinaties.
Het is erg onverstandig om bij de bestrijding van deze cocktail één van de componenten te bagatelliseren en lange termijn onderzoek op dit gebied te frustreren. De econoom John Maynard Keynes mag dan ooit gezegd hebben: 'In the long run we are all dead', maar dat betekent nog niet, dat alleen korte termijn wetenschap nog nastrevenswaard is.
Onvolledige rapportage
Het COFAM II onderzoek kostte 723.000 CHF (€ 433.000) waarvan 40 procent betaald werd door de industrie en 60 procent door overheden, Zwitserse zowel als Nederlandse. In Nederland waren dat de ministeries van EZ, VWS, VROM en SZW.
Het lijkt erop, dat geen enkel ministerie ondanks haar financiële bijdrage geïnteresseerd is in een volledige wetenschappelijke rapportage. Zij kunnen de conclusies van het onderzoek namelijk niet zelf controleren op dit moment. In de samenvatting zijn wel cijfers gegeven, er valt echter niet uit op te maken hoe de testen zijn verlopen en in hoeverre het onderzoek is gemanipuleerd in de richting van een door de sponsors gewenste uitkomst.
Zowel het RIVM als verontruste burgers die zich met de problematiek bezighouden zijn daar wél in geïnteresseerd. Het RIVM laat in zijn beoordeling van het 'Zwitsers onderzoek' van 6 juni 2006 meerdere malen blijken dat zij het onderzoek door het ontbreken van een gedetailleerd rapport niet goed kan beoordelen.
Het RIVM stelt dat door de wijze van presentatie van de Zwitserse gegevens niet getoetst kan worden of de resultaten van
de TNO-resultaten afwijken. Ook de gerechtelijke eis het uitgebreide rapport ter beschikking te stellen aan advocatenbureau BAWA, leverde niets op.
Door de onderzoeksleider, prof. Achermann, werd bevestigd dat er geen rapportage is behalve het peer reviewd
(getoetst door collega's) artikel. Zelfs Prof. Zwamborn, die in het expertpanel zitting had en die de leiding had over
het COFAM I onderzoek, heeft aangegeven niet te weten hoe de beoordeling van de resultaten heeft plaatsgevonden en vooral, welke correctiefactoren daarbij golden.
Wij kunnen ons niet voorstellen dat dit peer review uitgevoerd is aan de hand van het artikel zoals het nu voorligt.
Het zou erg zijn als er geen uitgebreid wetenschappelijk rapport is voor al het geld dat het onderzoek gekost heeft.
Van Geel
De minister, de Gezondheidsraad (de Commissie Elektromagnetische Velden) en de World Health Organization vinden niet
dat er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat de milieufactor 'Elektromagnetische Velden' bij veldsterkten onder de huidige normen ernstige of onherstelbare schade aan de gezondheid of het milieu kan veroorzaken. Daarom mogen de telecomproviders doorgaan met de installatie van tienduizenden pittige zenders op elke plaats die hun goeddunkt.

Een interessant aspect hiervan is de timing van dit hele spel. Na de verkoop van de UMTS zendlicenties (voor ca. 7 miljard gulden) kwamen de overheid en de providers overeen dat er in 2004 begonnen zou worden met de uitrol van de UMTS zenders. Na het COFAM I onderzoek (2003) en de technische afsluiting van het COFAM II onderzoek (2005) duurde het nog een vol jaar voordat het resultaat, een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift, naar buiten kwam. De reden voor het uitstel zou zijn, dat er peer review uitgevoerd werd, hetgeen wat lang duurde.
Ongeveer op hetzelfde moment van de openbaarmaking van de conclusie van het COFAM II onderzoek deed de Commissie Elektromagnetische Velden van de Nederlandse Gezondheidsraad voorstellen in haar rapport voor verdere studies met betrekking tot kunstmatige elektromagnetische straling en gezondheid.
Voor de sleep van nieuwe onderzoeken moeten de budgetten nog worden aangevraagd en bovendien is de diversiteit van de gevraagde onderzoeken zodanig dat de Gezondheidsraad geen kans ziet er een prioriteit in aan te geven. De door de Gezondheidsraad gevraagde studies suggereren dat er nog een wereld aan onderzoeken gedaan moeten worden. Dit gaat nog lang duren. Hierbij moet worden aangetekend dat voorlichting en onderzoek door de overheid wordt beschouwd als het hanteren van het voorzorgprincipe. De gretigheid, waarmee de politiek (staatssecretaris Pieter van Geel van VROM) en de media de onderzoeksresultaten aanpakten en meteen onjuist weergaven, zowel naar het Nederlandse publiek als naar het parlement, is weinig vertrouwenwekkend. De heer Van Geel verspreidde namelijk al voor het verstrijken van het embargo op 6 juni jl. het onjuiste bericht, dat de studie aantoont dat zowel korte- als lange-termijn bestraling met UMTS velden van een basisstation volstrekt ongevaarlijk zijn.
Proefkonijn
De belangrijke vraag naar de lange termijn effecten van blootstelling aan lage veldsterkten van UMTS, GSM, WiFi, DECT, C2000, radar, tv, radio en miljoenen draadloze telefoons en andere toepassingen, blijft voorlopig nog onbeantwoord.
Geregeld lezen we dat de ene frequentie de andere stoort en wij zitten daar als levende elektromagnetische wezens tussenin.
Ook de vraag wat de draadloze telefoon na jarenlang gebruik doet, vooral bij kinderen en tieners, die uren kunnen praten met de zender vlak bij het hoofd of het lichaam, is nog onbeantwoord. Zonder daarover in kennis te zijn gesteld, fungeert de hele bevolking als proefkonijn voor een grootschalige medisch experiment, waarvan de gevolgen niet te overzien zijn.
Een massale aantasting van het menselijke regulatiesysteem leidt logischerwijze tot een massale stijging van het aantal onbegrepen ziekten en ziektedagen. Tegenwoordig zien we deze massale stijging overal om ons heen gebeuren, met in het kielzog een explosieve toename van de ziektekosten.
Onze overheid weigert de verbanden met kunstmatige elektromagnetische velden te leggen, omdat de wetenschappers nog niet begrijpen hoe het werkt (hoewel ze dit bij hoogspanning wel gedaan heeft op grond van epidemiologische onderzoeken). Ook kan natuurlijk heel veel worden verklaard door ander milieufactoren of leefwijze. Ziekteverschijnselen worden als losstaande gevallen behandeld.
De installatie van tienduizenden zendmasten gaat ondertussen gewoon door. Daarom is het zeer belangrijk dat gezondheidsklachten, waarvan men denkt dat ze door elektromagnetische velden worden veroorzaakt, bij het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu worden geregistreerd. Hoe meer meldingen, hoe sterker de signalen richting overheid.
Ook activiteiten van groepen die in actie komen tegen de plaatsing van zendmasten kunnen veel bereiken.
Zo heeft de groep STS (Spijkenisse tegen Straling) bereikt dat Spijkenisse geen toestemming meer geeft voor plaatsing
van nieuwe UMTS-masten en dat de reeds geplaatste masten verwijderd moeten worden.
Geschreven door M.P. Verheuvel,
met bijdragen van Ch. Claessens en G.Teule
De stichting Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) is een onafhankelijke non-profitorganisatie met als doel de relatie tussen gezondheid en milieufactoren helder te krijgen. Naast registratie van milieugerelateerde gezondheidsklachten ondersteunt het MNGM ook melders en locale actiegroepen met kennis en advies.
Website MNGM: http://www.gezondmilieu.nl
Foto's zijn afkomstig van de website: http://www.gsm-antennes.nl/
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Stralings test op Ratten hersenen
Aan de Universiteit van Lund in Zweden is een test gedaan waarbij ratten voor langere tijd
(6 maanden) werden blootgesteld aan de straling van een mobiele telefoon die regelmatig actief was
(een paar maal per dag gedurende 5 minuten).
Duidelijk is te zien dat de onderste hersendoorsnee tumoren laat zien, en ook de vorm van de hersenen is veranderd,
na 50 dagen was nog zichtbaar dat ze aan straling blootgesteld waren.
Voor de test

Na de test
